Blog

Samen duurzaam doen

Auteur: Esther van der Lugt, Vakbeheerder Duurzaamheid Openbare Ruimte

Duurzaamheid is een vast onderdeel van ons werk in de openbare ruimte. Om daar meer structuur aan te geven, ben ik aangenomen bij gemeente Oss. Dat betekent: processen begeleiden, knelpunten bespreekbaar maken, maar ook vooral sámen duurzame kansen pakken. Een prachtige klus!

Materialengebruik

Als gemeente kopen we veel materialen in voor het beheer van de openbare ruimte. Om daar wat context aan te geven: gemeente Oss telt 23 kernen naast de stad Oss en heeft een groot buitengebied. Waarom is dit relevant? Omdat er tussen die kernen en in onze stad tal van wegen, civiele kunstwerken, verlichtings- en andere voorzieningen zijn. Om een idee te geven: we hebben ruim 1000 hectare openbaar groen, 500 km hoofdriool met 800 kleine en grote gemalen, 650 hectare verhardingen en bijna 900 km aan wegen. 

Een materialenpaspoort voor het Duurzaamheidsplein Oss

Grondstoffen en tweedehands goederen hebben waarde. Dat is de boodschap van het Duurzaamheidsplein Oss. Dit is een combinatie van een milieustraat, kringloopwinkel en demontagehal. Daarom past een materialenpaspoort voor de herinrichting van de buitenruimte heel goed binnen het concept van het Duurzaamheidsplein. In het materialenpaspoort staan de gebruikte materialen beschreven voor de riolering, verlichting, keerwanden, elementverharding en het vloeistofdichte asfalt. 

Wat hebben we geleerd van ons materialenpaspoort?

Grofweg hebben we lessen geleerd op drie vlakken: data, durf om te doen en draagvlak. 

Durf om te doen: Wij zijn gewoon gestart met het materialenpaspoort, als experiment. We hebben niet gewacht op intern of landelijk beleid. Dit was juist een experiment om te zien wat het ons op kan leveren. Daar waar er in de B&U al enige ervaring is met materialenpaspoorten, is dat minder het geval in de infra. Andere verschillen: andere standaarden voor classificatie van bouwdelen en installaties, daarnaast is het gebruik van BIM minder standaard dan in de B&U. Daarom vonden we het spannend wat er uit dit experiment zou komen. 

Data: De richtlijnen die er nu zijn van Platform CB’23 waren er nog niet toen we aan de slag gingen met het materialenpaspoort. Deze richtlijnen van CB’23 voor het materialenpaspoort helpen bij het vinden van focus- wat wil je bereiken met je materialenpaspoort? En wat is daar dan voor nodig aan data? Bijvoorbeeld dat de mate van giftigheid en losmaakbaarheid goede indicatoren zijn voor hergebruik. Achteraf zouden we ook de Handreiking Losmaakbaarheid van Rijkswaterstaat gebruiken (destijds nog niet beschikbaar). Als de verbindingen tussen de objecten verbroken kunnen worden, helpt dat bij functiebehoud en is hoogwaardig hergebruik makkelijker. Daar kan je dan met ontwerp al op insteken.

Een van de belangrijkste lessen kwam uit het revisieproces. Waarom? Kabels en leidingen. Met een goede revisietekening krijg je die beter in kaart. De kwaliteit van je data bepaalt ook de kwaliteit van het materialenpaspoort. Dus het helpt als er in de uitvraag van een opdracht nadruk gelegd wordt op een tijdige en goede revisie. Dan heb je gelijk een raakvlak met de beheerders die waardevolle infra onder de grond hebben liggen en in kaart willen brengen. 

Draagvlak: Het experiment met het materialenpaspoort heeft meer initiatief en enthousiasme opgeleverd voor circulaire economie. Het brengt echt wat teweeg, het stimuleert de discussie over duurzaam materialengebruik. Een van onze mensen is erdoor geïnspireerd geraakt en gaat nu het hergebruik binnen de openbare ruimte beter in kaart brengen. Daarnaast hebben we nu meer inzicht hoe we bij herontwikkeling van het Duurzaamheidsplein de gebruikte materialen kunnen hergebruiken. Mooi toch!

Of we bij onze gemeente het materialenpaspoort structureel gaan gebruiken? Dat kan ik nu nog niet zeggen, dat is mede afhankelijk van circulaire bouw-brede ontwikkelingen. We hebben de samenwerking met Madaster als prettig ervaren, en we zijn benieuwd naar de doorontwikkeling van het platform voor de infra!