Blog

Feiten van fictie onderscheiden

Auteur: Germien Cox, Madaster

TNO levert als onafhankelijke onderzoeksorganisatie al meer dan 85 jaar onafhankelijke en betrouwbare oplossingen voor de grote uitdagingen waarmee onze samenlevingen te maken hebben. Door mensen en kennis te verbinden zijn zij in staat innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn van de samenleving duurzaam versterken. Daar werken dagelijks ruim 3200 professionals aan. TNO richt zich op innovaties voor negen maatschappelijke domeinen waaronder de unit Circulaire Economie & Milieu, dat zich veelal focust op ‘Verduurzaming richting geven en versnellen’. Verduurzaming is tenslotte misschien wel de grootste maatschappelijk uitdaging. Want hoe gaan we met z’n allen de afspraken die zijn gemaakt tijdens de klimaatconferentie eind 2015 in Parijs waarmaken en een circulair Nederland op de kaart zetten in 2050?  En In hoeverre kunnen wij de tussendoelstelling van 50% reductie van primaire grondstofbehoefte in 2030 behalen? Bedrijven, overheden en andere organisaties zoeken naarstig oplossingen. TNO kan hierbij helpen.

Willemijn van der Werf is als Business Developer Circular Economy binnen de unit ‘Circulaire Economie & Milieu’ bij TNO verantwoordelijk voor het ontwikkelen van trajecten waarbij meerdere partners langdurig betrokken zijn. Dat kunnen B2B trajecten zijn, maar ook onderzoekstrajecten zoals bijvoorbeeld Horizon 2020 (hét Europese subsidie programma voor onderzoek en Innovatie in Europa). Een van de innovaties binnen de circulaire unit van TNO is volgens Willemijn het BOB-model. Oftwel ‘BOuwmateriaal in Beeld. Een innovatie raject dat TNO zo’n 3 jaar geleden is gestart vanuit de gedachte dat inzicht in de potentiële vraag naar en aanbod van bouwmaterialen nodig is om een circulaire economie vanuit de bouw op te zetten.

Wat houdt dit BOB-model precies in? Willemijn van der Werf antwoordt: “Het BOB-model geeft op grote schaal een inschatting van aanwezige materialen in de Nederlandse gebouwde omgeving. Inclusief prognoses van de vraag naar deze materialen gebaseerd op bouw, sloop en renovatie scenario’s van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw). Daarnaast geeft het model de milieu footprint van het potentiële hergebruik weer. Uniek bij dit project is dat dit in kaart is gebracht door het combineren van openbare databases met door TNO ontwikkelde gebouwprofielen.” Het BOB-model is geen afgerond project en wordt in de toekomst nog verder doorontwikkeld. Willemijn van der Werf licht toe: “Op basis van prognoses van het EIB over renovatie en sloop is in beeld gebracht wat het aanbod van materialen zou kunnen zijn in een bepaalde regio. Dit aanbod kunnen we echter verfijnen en detailleren door samen te gaan werken met andere partijen. 

Denk bijvoorbeeld aan steden die hun sloopkalender en planning met betrekking tot renovatie-trajecten met ons delen. Daar komt bij dat in het BOB-model veel milieudata is verwerkt. Dit maakt het mogelijk om op regionaal niveau sterke impactberekeningen uit te kunnen voeren zodat er goed onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt. Handig bij renovatie of hergebruik.”

Met het op feiten gebaseerd BOB-model hebben nationale en lokale overheden duidelijk een betrouwbare tool in handen om circulaire vraagstukken in de gebouwde omgeving op gebiedsniveau beter het hoofd te kunnen bieden. Vraagstukken op het gebied van sloop, renovatie of hergebruik. Om echter ook op gebouwniveau informatie te kunnen verstrekken over de gebruikte materialen heeft TNO samenwerking gezocht met Madaster. Willemijn van der Werf legt uit: “Met het BOB-model beschikken wij over heel veel data van de gebouwde omgeving van heel Nederland. Daarin is TNO nog steeds uniek. Echter, het is niet heel gedetailleerd. Madaster verstrekt informatie  over gebruikte materialen op gebouwniveau. Dat is voor de doorontwikkeling van het BOB-model heel interessant. Het geeft een veel gedetailleerder beeld van alle gebruikte materialen in de gebouwde omgeving in heel Nederland. Daarnaast biedt BOB de gebruikers van Madaster meer inzicht in regionale data die weer van belang kan zijn bij sloop, renovatie of hergebruik van gebouwen waar zij als eigenaren of beheerders nauw bij betrokken zijn.”

De samenwerking van TNO met Madaster leidt voor beide partijen duidelijk tot een verrijking van databases. Meer data én meer gedetailleerde data. Ambitie is om beide databases aan elkaar te koppelen en mogelijk (een deel  hiervan) via een sneak preview of misschien wel via de Madaster user interface toegankelijk te maken. Vraag naar en aanbod van materialen in de gebouwde omgeving kunnen hierdoor beter aan elkaar worden gekoppeld wat de opzet van een circulaire economie vanuit de bouw vergemakkelijkt.

Vragen?

Voor meer informatie over Madaster, neem contact op via Info@madaster.com, of vul het contactformulier in.